Categoriearchief: Commissies

Dag van de Wetenschap 2020 – DIGITAAL

Op zondag 22 november 2020 vindt de jaarlijkse Dag van de Wetenschap plaats. Om er zeker van te zijn dat geplande activiteiten kunnen doorgaan in coronatijd, gaat de Dag van de Wetenschap dit jaar digitaal! Het is meteen de geknipte manier om de 10de editie – die plaatsvindt in het feestjaar naar aanleiding van ’20 jaar VLIZ’ – nog wat specialer te maken. Samen met wetenschappers en de bemanning ontdek je het onderzoeksschip RV Simon Stevin van binnen en van buiten op een 360° virtual tour. Binnenkort verneem je hier meer over hoe je virtueel aan boord kan gaan.

Meer info over de digitale Dag van de Wetenschap op www.dagvandewetenschap.be/

Wereldoceaandag: het verhaal van walvissen

bron: https://www.eoswetenschap.eu/natuur-milieu/wereldoceaandag-adopteer-een-walvis

Op World Oceans Day neemt oceanoloog en blogger Jan Stel je mee in het rijk van een bijzondere oceaanbewoner: de walvis. Eeuwenlang werd hij door de mens bejaagd, maar nu wordt zijn belangrijke rol in het oceanische ecosysteem steeds meer gewaardeerd.

Het Badstrand van Vlissingen is een interessante plek voor een dagje aan het strand. Het is er ook een komen en gaan van grote zeeschepen, meestal onderweg naar de haven van Antwerpen. Geen gebrek aan vertier. Ook niet in coronatijden. Soms lijkt het net alsof een schip recht op het strand afvaart, omdat de vaargeul vlak langs de Zeeuwse kust loopt. Maar de Zeeuwen zijn hier wel wat gewend. Soms gaat dat mis. Op 21 mei was dat bijna weer het geval. Toen voer een groot containerschip recht op de badgasten af. Maar op het allerlaatste moment werd het roer nog omgegooid, terwijl de schroef zich al in het zand begon vast te bijten.

Spartelend bruinvisje

Bijna twee weken later vonden de badgasten zowaar een pasgeboren bruinvisje in de branding. De moeder was nergens te zien. Sommige badgasten ontfermden zich dan maar over het spartelende diertje. Foto’s op het internet laten mensen zien, die het walvisje vol trots in hun armen nemen om er mee te poseren. En daarmee was het bijna een vis op de wal geworden, in plaats van een walvisje. SOS Dolfijn en het EHBZ-team Zeeland namen de zorg ervoor al snel over. Ze brachten het pasgeboren bruinvisje terug naar de zee. Hopelijk vindt de moeder haar kalf snel terug.

De combinatie van schepen en walvissen is vaak geen goede zaak. Regelmatig worden walvissen aangevaren door grote schepen, die dat gewoonlijk helemaal niet in de gaten hebben. Met het schip gaat het meestal goed, maar de walvis raakt dikwijls gewond. Heel verrassend was de ontdekking van het karkas van een tien ton wegende walvis op de bulbsteven van de Premium do Brasil, toen het de sluizen van Terneuzen binnenvoer. 

Zowel de walvis als de lading vruchtensap werden in de haven van Gent afgeleverd. Uit onderzoek van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen bleek dat het om een één jaar oude, 10,50 meter lange vinvis gaat. De ruggengraat van het arme dier was gebroken. Een week eerder was in de Rotterdamse haven een vijf meter lange dwergvinvis gevonden op een schip dat uit Engeland kwam.

Walvisjacht

De eerste walvissen ontwikkelden zich zo’n 50 miljoen jaar gelden uit vleesetende landdieren. Deze dieren pasten zich opnieuw aan de zee aan. Die aanpassingen zie je uiteraard in fossiele skeletten terug. Opmerkelijk is de vondst in februari 2013, van een goed bewaard fossiel walvissenskelet in de bouwput van de Kieldrechtsluis of Deurganckdoksluis, het grootste dok ter wereld, in de Antwerpse Haven bij Lillo. 

De walvissen in de Antwerpse ondergrond stierven allemaal een natuurlijk dood. Maar dat veranderde grondig toen de mens er zich mee ging bemoeien

Een internationaal team onderzocht het onder leiding van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen in Brussel. Zij kwamen tot de ontdekking dat het een nieuwe, uitgestorven soort was, die ze Antwerpibalaena liberatlas noemden. De resultaten van hun minutieus speurwerk zijn in februari 2020 gepubliceerd. Het is een uitgestorven neef van de Noordkapers, en de Groenlandse walvis. De naam is een eerbewijs aan de stad Antwerpen. Bij de specialisten staat het bekend als een walvissenkerkhof, vanwege de vele vondsten van walvisbotten.

De walvissen in de Antwerpse ondergrond stierven allemaal een natuurlijk dood. Maar dat veranderde grondig toen de mens er zich mee ging bemoeien. De eerste afbeeldingen van een walvisjacht zijn op Koreaanse petrogliefen te zien, die zo’ 8000 jaar oud zijn. Een echte industrie ontstond pas in het begin van de 17de eeuw, toen vooral Engelsen en Nederlanders voor de kust van Spitsbergen op de Groenlandse walvis (Balaena mysticetus) en Noordkapers (Eubalaena glacialis) jaagden.

De Europese en later Amerikaanse walvisjacht, breidde zich al snel uit tot een industrie. Hierbij werd vooral op de echte of wel ‘juiste’ walvissen gejaagd. Dat onderscheid werd door Engelse walvisjagers gemaakt die dan over ‘right whales’ spraken. Ze bedoelden hiermee walvissen die de volgende eigenschappen hebben: langzaam zwemmen, blijven drijven als ze gedood worden en meer olie en baleinen bevatten dan de andere walvissoorten. Walvissen waren een internationaal gemeengoed, een ‘common properity’, waarbij de regel geldt: wie het eerst komt, het eerst maalt.

Nederlandse walvisvaarders rond 1690 op een schilderij van Abraham Storck (1644-1708). © Wikipedia.

De walvisjacht maakte en snelle bloei door. Zo namen in Nederland rond 1700, circa 200 schepen en bijna 10.000 zeelieden deel aan de jaarlijkse slachting bij Spitsbergen. De Nederlandse jacht hield pas op in 1855, toen de genereuze staatssteun werd beëindigd. Ontdaan van alle romantiek die er later aan werd toegevoegd, was de walvisjacht een vieze, groezelige en gewelddadig activiteit. In 1840 hadden de Amerikanen de jacht volledig overgenomen. Van de 900 walvisvaarders kwamen er toen 735 uit Amerika. 1853 was een van de topjaren. Er werden toen 8.000 walvissen gedood. Dat leverde 363.000 tonnen olie en 2,6 kilo balein, met een toenmalige waarde van $ 11 miljoen op.

Eén blauwe vinvis leverde ongeveer 50 ton blubber op

Zo beschouwde men het grootste dier op aarde, de blauwe vinvis, Balaenoptera musculus, als een langzaam bewegend en gemakkelijk doelwit en een zwemmende schatkist vol grondstoffen. Eén blauwe vinvis leverde ongeveer 50 ton blubber op. Deze werd gebruikt om zeep, bakolie, olie voor lampen en straatverlichting en om er kaarsen van te maken. De huid werd omgezet in fijn leer voor korsetten enz. De mode-industrie was in de 19de eeuw een belangrijke drijfveer van de walvisvaart. 

In de touwslagerij en textielnijverheid werd traan benut om de vezels bij het spinnen hanteerbaarder te maken. Walvisbotten leverden fijne smeerolie op (‘knekelolie’) voor machines. De resterende ribben en kaakbenen werden gebruikt als hekken, grafzerken en wrijfpalen voor het vee, wervels als hakblokken Op het Waddeneiland Vlieland is een poort van twee walviskaken te zien, die vroeger als grafzerken hebben gediend.

In 1946 begon de jacht in Nederland en vele andere landen opnieuw. Nu richtte men zich vooral op de Zuidelijke Oceaan bij Antarctica. Deze werd uitgevoerd met de fabrieksschepen, de Willem Barentsz I en II, die jaarlijks naar het zuiden voeren. Willem Barentsz (ca.1550-20 juni 1597) was een Nederlandse koopman en ontdekkingsreiziger. Tot driemaal toe probeerde hij de Noordoostelijke Doorvaart te vinden. Dat is een scheepvaartroute door de Arctische Oceaan naar de Stille Oceaan. Dat is niet gelukt. Door de huidige klimaatverandering wordt deze route nu wel bevaarbaar.

Met uitsterven bedreigd door overbejaging

Over het algemeen viel de naoorlogse vangst tegen. Toch was er in tijd van schaarste, een grote vraag naar de producten, waaronder walvistraan. De betrokken, stoere zeelieden, waren helden omdat ze Nederland er weer bovenop hielpen brengen. Over de tegenvallende opbrengsten werd niet veel gesproken. En via subsidies en fiscale regelingen hield de Nederlandse overheid de activiteiten jarenlang in stand totdat in 1962 het doek viel. Deze situatie doet denken aan de vele oneigenlijke subsidies die de overheden nu aan de olie- en gasindustrie geeft.

Met de walvissen ging het uiteraard niet goed. Door de overbejaging nam de populatie af en werden een groot aantal soorten met uitsterven bedreigd. Uiteindelijk leidde dit in 1946, tot de oprichting van de Internationale Walvisvaart Commissie (IWC) die de vangst moest reguleren. In 1982 werd, met uitzondering van voor het doen van wetenschappelijk onderzoek, er een algemeen internationaal verbod op de walvisvangst aangekondigd. Maar Japan, Noorwegen en IJsland trokken zich daar weinig van aan en bleven walvissen vangen voor ‘wetenschappelijk onderzoek’. Sinds 1978 zijn er zo tenminste 50.000 walvissen gevangen. Omdat de walvispopulatie zich herstelt gaan die landen en Rusland weer over tot de commerciële walvisvangst.

Ondertussen is het aantal walvissen verminderd van 4 à 5 miljoen tot ongeveer 1,3 miljoen. De blauwe vinvispopulatie is bijna verdwenen. Van de 350.00 dieren zijn er nog maar 7000-15.000 over. Hetzelfde lot trof de bultrug, Megaptera novaeangliae, waarvan de populatie ook met 98% afnam. Bescherming van de walvissen door het instellen van beschermde gebieden, is dringend noodzakelijk. Twee jaar geleden haalde een Braziliaans voorstel binnen de IMC, om een groot beschermd gebied in de Zuidelijk Oceaan in te stellen, het niet. Het voorstel werd domweg geblokkeerd door de vier al genoemde landen die voorstanders zijn van de walvisjacht.

Ecosysteemdiensten van walvissen

De oceaan levert ons enorm veel gratis diensten, zoals de opname van de door onze activiteiten veroorzaakte extra warmte en CO2 in de atmosfeer, het leveren van tenminste de helft van de zuurstof op aarde en het reguleren van het klimaat. Zonder de oceaan is het leven op aarde niet mogelijk. Om dat te begrijppen hoeven maar even naar de maan of Mars te kijken.

De biologische pomp in de oceaan speelt hierin een belangrijke rol. Zo neemt het fytoplankton via fotosynthese CO2op en legt het evenals een boom op het land, vast in de microscopisch kleine algen. Dat gebeurt in de bovenste laag van de oceaan, waarin zonlicht doordringt. De plantaardige biomassa wordt vervolgens door dierlijk plankton opgegeten. En dan volgt er een keten van eten en gegeten worden, waarbij uitwerpselen en dode dieren, evenals het afgestorven plankton, naar de bodem van de oceaan zinken, waar de koolstof wordt opgeslagen. Onderweg naar de zeebodem zetten bacteriën deze organische stoffen soms weer om in CO2 dat dan opnieuw in de atmosfeer terecht komt.

Biologische en walvis pomp. © Wikipedia

De opslag van koolstof in de triljoenen dieren wordt blauwe koolstof genoemd en gebeurt op een natuurlijke manier. In kustgebieden wordt de blauwe koolstof voor enige jaren of decennia opgeslagen in mangroven, kwelders en ecosystemen van zeegras. In de oceaan gebeurt dit binnen de biologische kringloop door fytoplankton, krill, vissen, zeevogels, zeeschildpadden en zeezoogdieren, zoals de walvis. De opslag is dan al snel voor honderden of duizenden jaren. Als het in het sediment terecht komt gaat het al gauw om miljoenen jaren. Zo zijn immers de witte kalkkliffen van Dover ontstaan. De opvang van CO2 door mariene organismen wordt blauwe koolstof genoemd.

De rol van de grote walvissen blijkt heel bijzonder te zijn. Ze duiken diep de oceaan in om hun voedsel zoals krill, vissen en inktvissen te vangen, maar verteren het aan het oppervlak tussen het fytoplankton. Dat doen ze, omdat ze jaarlijks migreren, niet op een plek maar over grote delen van de oceaan. Ook is gebleken dat hun ontlasting niet in de diepzee gebeurt, maar juist voordat ze weer aan een duik beginnen. Op die manier ‘bemesten’ ze het fytoplankton. En een grote walvis kan er wat van.

De gewone vinvis produceert 974 liter urine, de mens plast één tot anderhalve liter per dag

Het is echter niet zo eenvoudig om dat te meten. Maar wetenschappelijke publicaties uit 2003 en 2011 in het Canadian Journal of Zoology vertellen er meer over. Soms vraag je je toch wel af waar men in de wetenschap zoal mee bezig is. Hoe dan ook, men heeft berekend hoeveel urine en hoeveel poep een Noordse vinvis (Balaenoptera borealis) en een gewone vinvis (Balaenoptera physalus) per dag uitscheiden. Dat is niet gering. De Noordse vinvis die 26 meter lang kan worden, 20-30 ton weegt en van krill en vissen leeft, produceert per dag 627 liter urine. Bij de iets grotere gewone vinvis is dat 974 liter. Bij de mens is dat één tot anderhalve liter per dag.

De omvang en samenstelling van de hoeveelheid walvispoep is wat gemakkelijker te meten omdat het in planktonnetten kan worden opgevangen. De walvis produceert grote speciaal gekleurde wolken stinkende ontlasting, die ook wel voedingspluimen worden genoemd. Op zich is daar niets mis mee. In de grote Chinese steden van de Ming-dynastie waren de strondhandelaars bijzonder rijk. Zij brachten de menselijke ontlasting buiten de stad waar het als mest diende. Dat doen de walvissen gratis en leveren ze meststoffen als stikstof, fosfor en ijzer.

Het fytoplankton gebruikt deze voedingsstoffen, waardoor het uiteindelijk in de voedselketen terecht komt en hun aantal toeneemt. We weten ondertussen dat dit plantaardige plankton CO2 uit de atmosfeer opneemt en zo onze uitstoot buffert. In de Zuidelijke Oceaan is ijzer een beperkend mineraal voor de groei van fytoplankton. Meer walvispoep leidt daar dan ook tot meer plankton. In het algemeen kunnen we zeggen dat meer walvissen leiden tot een versterkte groei van het fytoplankton en als gevolg daarvan een grotere CO2-opnamecapaciteit. Als die productiviteit met één procent toeneemt leidt dat tot het opnemen van miljoenen tonnen CO2. En dat is dan weer te vergelijken met de capaciteit van twee miljard volwassen bomen op het land.

Niet jagen maar beschermen

In dit licht gezien is het los van allerlei andere overwegingen, gewoon dom en kortzichtig om nu nog op walvissen te jagen. In andere tijden werd daar anders overgedacht, maar toen speelde de gigantische CO2-vervuiling door de Britse industriële revolutie nog niet. Het instellen van mariene reservaten of Marine Protected Areas (MPAs) blijkt geen eenvoudige zaak te zijn. Goede bedoelingen zijn er al decennialang meer dan genoeg. Toch is nog maar nauwelijks twee procent van de oceaan echt beschermd. En dat zijn dan gebieden waarin geen menselijke activiteiten zijn toegestaan.

Toch is er binnen de VN Duurzame Ontwikkelingsdoelstelling 14 en de Aichi Doel 11 van het VN Biodiversiteitsverdrag afgesproken dat dit nu ongeveer tien procent zou moeten zijn. Op 7 juni 2020 is het percentage volgens de World Database on Protected Areas 7,44%. Het gaat dan om 17. 042 MPAs met een gezamenlijke oppervlakte van 26,947,375km2. Dat is iets meer van de oppervlakte van Noord-Amerika.

Het is binnen de klimaatdiscussie algemeen bekend dat het niet eenvoudig is afspraken te maken over maatregelingen, zoals het niet meer kappen van tropische regenwouden, die de klimaatopwarming tegen gaan. Wat de regenwouden betreft is hiervoor het REDD-programma bedacht. Het basisconcept is eenvoudig: overheden, bedrijven of boseigenaars in het Zuiden worden beloond voor het behoud van hun bossen in plaats van ze te kappen. Het probleem is hoe je die beloning berekent. In deze problematiek speelt het emissie recht, de prijs die moet worden betaald voor de uitstoot van één ton CO2 en economische technieken zoals verdisconteren, een belangrijke rol. Verdisconteren is het uitvoeren van een berekening om te bepalen hoeveel men nu moet inleggen om een bepaald bedrag in de toekomst te ontvangen.

Bultrug in zijn element. © Pixabay

De economen van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) die de prijs van een walvis wilden berekenen liepen tegen vergelijkbare problemen aan. Naast het inspelen op de REDD-aanpak houdt men ook rekening met de bijdrage van walvissen aan de gezondheid van het ecosysteem en daarmee aan de opbrengst van de visserij, de CO2-opnamecapaciteit van het fytoplankton, de opbrengst van de ‘whale watching’ industrie met een omzet van $ 2 miljard en de langdurige opslag van CO2 als ze sterven.

Walviskarkassen die naar de oceaanbodem zakken worden ‘whale falls’ genoemd

Walviskarkassen die naar de oceaanbodem zakken worden ‘whale falls’ genoemd. Ze hebben tijdelijk en lokaal, een grote invloed op het leven op de diepzeebodem, omdat er ineens een overvloed aan voedsel beschikbaar komt. Hiermee lijken ze op omgevallen dode bomen in bossen. In december 2019 publiceerde de onderzoekers het resultaat van hun berekeningen. De waarde van een grote walvis is ruim $ 2miljoen. De boodschap is ook helder: laat walvissen leven! Geen jacht; wel MPAs.

Ook dan is het leven in de zee voor een walvis nog altijd niet weer als vanouds. Ze worden dan nog steeds geconfronteerd met bedreigingen die het gevolg zijn van de menselijke activiteiten. Zo kunnen ze verwond raken of gedood worden door schepen zoals de fruitsaptanker Premium do Brasil, verstrikt raken in visnetten, hun oriëntatie kwijtraken door geluidsoverlast en zich verslikken in grote hoeveelheden plastic zwerfvuil. Uiteindelijk pleit het IMF ervoor walvissen te beschermen en de huidig populatie van rond de 1,3 miljoen dieren weer te laten groeien naar de omvang van voor de walvisjacht. Toen waren er 4-5 miljoen walvissen. Dit is een natuurlijke manier om koolstof op te slaan. Ze geven hieraan de voorkeur boven allerlei geo-technologische oplossingen, waarvan we niet weten wat in werkelijkheid de gevolgen ervan zijn.

De bescherming van walvissen gaat evenals het beschermen van het tropisch regenwoud en het planten van bomen, geld kosten. Bovendien is het niet zo dat investeren in het herstel van dealvispopulatie het planten van bomen overbodig zou maken. Het zijn eerder twee wegen naar hetzelfde doel. Hierbij is het planten van bomen een kortere termijn oplossing dan het beschermen en laten aangroeien van de walvispopulatie. Maar de noodzaak om een groter deel van de oceaan te beschermen is zonder meer duidelijk. Vele organisaties pleiten er dan ook voor dat over tien jaar dertig procent van de oceaan is beschermd. Dat is dan ook het thema van World Ocean Day 2020. Om hierbij te helpen kunnen mensen, scholen en bedrijven een walvis gaan adopteren en bomen blijven planten.

Afgelaste activiteiten omwille van COVID-19 (Corona)

Zoals jullie ook via allerhande andere kanalen zien verschijnen, zijn er heel veel activiteiten geannuleerd omwille van maatregelen tegen de bestrijding van COVID-19 (Corona).
Ook OVOS zal hierdoor de activiteiten moeten annuleren, dit gaat in eerste instantie al zeker om onderstaande:

  • DHV opleiding  (alle lessen)
  • DHV examen (16 mei 2020)
  • Nachtduik (14 maart 2020)

Uitgestelde activiteiten:

  • GND Examen (nu 30 april 2020)

Verder werden ook al geannuleerd:

  • Symposium Duikgeneeskunde (21 maart 2020)
  • Academische Zitting (29 maart 2020)
  • 4*D en AI examens in nabije toekomst
  • Vele zwembaden sluiten, dus ook trainingen zullen niet meer kunnen doorgaan

Zie voor meer informatie ook NELOS Info 388 die doorgestuurd werd naar clubs en de federale communicatie.

Les DHV gaat niet door

Beste allen,

Door een Corona maatregel van De Werft in Aalst, kunnen we daar niet meer terecht voor de les van DHV op 16 maart 2020 en volgende. We zijn aan het kijken of we iets alternatief kunnen aanbieden en zullen hier verder nog over communiceren.

Gelieve dit ook door te communiceren naar kandidaten binnen jullie die interesse hadden in het volgen van deze lessen.

Meer informatie volgt…

14 maart 2020 Grote Schelpenteldag

Tel op 14 maart schelpen op het strand en help onderzoekers een beter beeld te vormen van onze kust.

Wat ga je doen?

Verzamel en inventariseer honderd schelpen op een of meerdere locaties op het Belgische strand. Op elke locatie vind je een infostandje met mensen die je op weg helpen met de verzamelmethode en het op naam brengen van je vondsten. Je bent er welkom op zaterdag 14 maart tussen 10u en 16u.

Waarom doe je mee?

Het scoren en herkennen van lege schelpen is niet alleen bijzonder leuk en interessant. Dit burgerwetenschapsinitiatief leert onderzoekers ook heel wat over het voorkomen van deze zeedieren, de biodiversiteit en de aanwezigheid van exoten. Na het tellen worden de schelpen terug naar het strand gebracht. Tijdens de eerste edities (in 2018 en 2019) verzamelden 1.200 deelnemers 80.000 schelpen. Daaruit leerden experts wat de meest voorkomende schelpen zijn aan de Belgische kust, hoe groot het aandeel is van exotische en fossiele schelpen en of er verschillen zijn tussen oost en west. 

Wie kan meedoen?

Iedereen, van individuen over gezinnen tot jeugdverenigingen, kan meedoen. 

Wie organiseert het?

De Grote Schelpenteldag is een initatief van Eos Wetenschap, het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ), NatuurpuntKusterfgoed, de Strandwerkgroep en de provincie West-Vlaanderen

Waar moet je zijn?

1. De Panne: Clublokaal Pannevissers. De club bevindt zich in het verlengde van het Pierre Bortierplein, aan de “Rampe”

2. Koksijde: Surfclub Windekind, Zuidenwindhelling 1, Groenendijk-Oostduinkerke

3. Nieuwpoort: Vakantiecentrum Barkentijn. Albert I Laan 126, 8620 Nieuwpoort. De telpost bevindt zich in een zaaltje in het Vakantiecentrum Barkentijn. Ingang via Albert I Laan of Veurnestraat

4. Middelkerke: Beachclub De Kwinte. Koning Ridderdijk 100, 8434 Westende

5. Oostende: Marien Station Oostende (VLIZ) Slipwaykaai 2, 8400 Oostende

6. Bredene: Strandpost 6 (naast Hippo Beach). De telpost bevindt zich op het strand van Bredene. Toegang via verhard pad vanaf de Koninklijke Baan (ter hoogte van kruising met de Koerslaan)

7. De Haan: Wielingencentrum Graaf Jansdijk 18, 8450 Wenduine. De telpost bevindt zich in een zaaltje naast het Zwembad Wielingen (kant van het Skatepark)

8. Blankenberge: Casino Blankenberge Zeedijk 150, 8370 Blankenberge. De telpost bevindt zich in een zaaltje van het Casino

9. Zeebrugge: Badengebouw Dienst Toerisme Zeedijk 1, 8380 Zeebrugge. De telpost bevindt zich in het Badengebouw van de Dienst Toerisme op de Zeedijk

10. Knokke-Heist: Schildia Beach Zeedijk-Heist 193, 8301 Knokke-Heist. De telpost bevindt zich op het sportstrand, in het verlengde van de Kardinaal Mercierstraat, aan de kruising met de Zeedijk-Heist

https://www.iedereenwetenschapper.be/projects/grote-schelpenteldag

Soortherkenning Belgische zeefauna inoefenen?

Op dinsdag 25 februari organiseert ILVO in Oostende een ‘soortherkenningsworkshop’. Voor (burger)wetenschappers en gidsen die hun parate kennis in het herkennen van Noordzeevis en macrobenthos willen aftoetsen en verder inoefenen.

Er zullen een 40-tal soorten op tafel klaar liggen, waarbij je de gelegenheid krijgt om jouw parate kennis te testen. Het zal voornamelijk draaien rond vis en macrobenthos, gevangen in de demersale visserij uit de Belgische Noordzee. Nadien kan je jouw antwoorden met iemand van de organisatie overlopen en stilstaan bij eventuele twijfelgevallen.

De workshop gaat door op ILVO (Ankerstraat 1, 8400 Oostende) en is doorlopend open vanaf 9u30 tot 15u.
De workshop is gratis en toegankelijk voor iedereen. Wel graag jouw interesse vooraf melden aan loes.vandecasteele@ilvo.vlaanderen.be.

Workshop soortherkenning

Foto’s Oosterschelde bootduik 2019

De foto’s van de Oosterschelde bootduik 2019 werden online geplaatst op de website van OVOS vzw:

Foto’s

Indien er nog mensen waren die foto’s genomen hebben tijdens deze activiteit – en die willen delen – mogen ze doorgestuurd worden naar de Nicolas De Smyter ( webmaster@ovos.be ).

Burgers bevestigen klimaatwijziging Noordzee: meer giftige pieterman, minder garnaal

Oostende (2019.06.21) – De Belgische Noordzee ondervindt een verder schrijdende beïnvloeding door de mens, met voorop de effecten van klimaatwijziging. Koudwatersoorten als de Noordzeegarnaal nemen in aantal af, warmwaterfauna zoals de giftige kleine pieterman, de kleine heremietkreeft en bepaalde exoten (Amerikaanse ribkwal) worden juist talrijker. Dat blijkt uit ‘Hoe is de Noordzee eraan toe?’, het eerste rapport van het VLIZ-burgerwetenschapsproject SeaWatch-B.

Persbericht door: Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ)

Om de veranderingen in de Belgische Noordzee op de voet te kunnen volgen, lanceerde het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ) in 2014 het burgerwetenschapsproject SeaWatch-B (www.seawatch-b.be). Een selecte groep van burgers kreeg een opleiding en de nodige uitrusting, en voert sindsdien, minstens seizoenaal en op een vast strandtraject, een vaste set aan metingen uit. Tien zaken krijgen daarbij bijzondere aandacht: ‘strandvoorkomen’, ‘mensen/honden/paarden op het strand’, ‘schaalhorens op strandhoofden’, ‘kruivangsten’, ‘zeewatertemperatuur’, ‘zeepieren’, ‘aangespoelde kwallen’, ‘schelpen’, ‘afval’ en ‘archeologische vondsten’. Door op een gestandaardiseerde, vooraf vastgelegde wijze deze veelheid aan parameters op te volgen, kunnen veranderingen ten gevolge natuurlijke of menselijke invloeden worden opgespoord. Het eerste rapport omvat de periode juni 2014–juni 2018 en toont, in een vergelijking met oudere studies, vooral de invloed van de klimaatwijziging op onze Noordzee.

De Noordzee is de voorbije halve eeuw met 1,7°C opgewarmd, of twee keer zo snel als het wereldgemiddelde voor oceaan en zeeën. Dit uit zich in allerlei verschuivingen in het voedselweb, met als belangrijkste het wegtrekken van koudwatersoorten en een toename aan dieren en planten afkomstig van de Atlantische Oceaan of zuidelijker. In vergelijking met studies van twintig jaar terug (1996-97) tonen de SeaWatch-data (2014-18) een vervijfvoudiging van het aantal kleine pietermannen in de branding (giftig warmwatervisje) en een reductie met factor vijf van de Noordzeegarnaal (koudwatersoort). Ook de toename van de kleine heremietkreeft, de vestiging van de Amerikaanse ribkwal (voornamelijk herfst-winter) en het langer verblijven van jonge pladijs in het strandwater (tot december, vroeger tot oktober) wijzen in dezelfde richting. Toch blijft garnaal, met 6403 door de SeaWatchers bij het kruien gevangen exemplaren, ook vandaag nog de talrijkste soort in de branding. Op twee eindigt het zeedruifje, een kamkwal (1506 ex.) en op drie de kleine heremietskreeft (428 ex.).

In totaal voerden 14 SeaWatchers tussen juni 2014 en juni 2018 samen 101 surveys uit, gespreid over de volledige Belgische kust. Het volledige rapport ‘Hoe is de Noordzee eraan toe?’ is te consulteren op: www.vliz.be/imisdocs/publications/330583.pdf

Perscontact

Jan Seys, woordvoerder, Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ)
E-mail: jan.seys@vliz.be | GSM: +32-(0)478-37 64 13

Beeldmateriaal

•    Vrijdagochtend 21 juni, van 10u30 tot 12u00, vindt een demosessie SeaWatch-B plaats op het strand van de Oosteroever (Oostende)
•    Foto’s kunnen desgewenst bekomen worden via het perscontact

Te citeren al: Seys, J.; Pint, S.; Vervaele, K.; Vanhaecke, P.; Van Landschoot, W.; Saevels, M.; Goossens, H.; Berkers, M.; Balcaen, R.; Coppens, S.; Vanden Eede, S.; Fabrice, A.; Willaert, M.; Nelen, L.; Colpaert, N.; Quartier, M.; Verbeke, D. (2019). Hoe is de Noordzee eraan toe? VLIZ-Rapportage 2014-2018. Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ): Oostende. 55 pp.

Noordzeeduik – Betalingen bij inschrijvingen

Blijkbaar stond er ergens op de website nog een oud/verkeerd rekeningnummer, waarnaar sommige mensen blijkbaar al overgeschreven hebben. Dit is op zich geen groot probleem, aangezien dit rekeningnummer niet meer bestaat.

Indien je al betaald hebt voor de Noordzeeduik, gelieve nog eens te controleren of je het juiste rekeningnummer gebruikt hebt. Indien niet, kan je gewoon het geld overschrijven naar de juiste rekening; het gestorte geld naar de verkeerde rekening zal automatisch terug komen.

Alle informatie en juiste rekeningnummer op de OVOS website:
https://ovos.be/event/noordzee-bootduik/

Onze excuses voor het ongemak.

Oosterschelde Bootduik

OVOS organiseert op zondag 30 juni voor de vijfde keer een Oosterschelde-bootduik. Doelpubliek zijn de kandidaat-AI’s die graag hun bootduikleiding willen afleggen maar iedereen die ervaring met bootduiken wil opdoen, is meer dan welkom en dit vanaf het niveau 2*. 

Verdere informatie (en inschrijvingsformulier) kan je vinden op de OVOS Website: https://ovos.be/event/oosterschelde-bootduik-3/